Interventies

De uitslag van de APOP-screening
Wanneer een verpleegkundige de APOP-screening afneemt, vult deze de antwoorden die de patiënt geeft direct digitaal in het patiëntendossier in. Nadat antwoorden op alle negen vragen zijn ingevuld, verschijnt  een uitslag op het scherm van de verpleegkundige.  De uitslag is of de oudere patiënt wel of geen hogere kans heeft op ongewenste uitkomsten, vergeleken met andere SEH patiënten, of dat er sprake is van geheugenstoornissen.


Vervolgstappen
Wanneer de patiënt een hogere kans heeft op ongewenste uitkomsten, kunnen zorgverleners hier rekening mee houden in hun zorg aan de patiënt. Ze kunnen bijvoorbeeld extra letten op het behandelen van de patiënt op een bed, en niet op een brancard, en letten op de aanwezigheid van een familielid of mantelzorger van de patiënt. Artsen kunnen het hoge risico meenemen in hun afweging van mogelijke onderzoeken en behandelingen en dit bespreken met de patiënt.

Patiënten die volgens de screening een hoger risico hebben op ongewenste uitkomsten of cognitieve stoornissen, maar na hun bezoek aan de spoedeisende hulp terugkeren naar huis, worden de volgende dag teruggebeld door een verpleegkundige van het ziekenhuis. Tijdens dit telefoongesprek wordt gevraagd of de patiënt nog vragen heeft naar aanleiding van het bezoek aan de SEH, of gegeven instructies duidelijk zijn en of het bijvoorbeeld is gelukt om de nieuwe medicijnen te halen. Ook wordt de uitslag van de screener automatisch vermeld in de brief naar de huisarts. 

Voor patiënten met een hoger risico op ongewenste uitkomsten die na hun bezoek aan de SEH direct worden opgenomen in het ziekenhuis, is het belangrijk dat deze uitslag van de APOP-screening wordt overgedragen aan de zorgverleners die de zorg voor de patiënt overnemen, zodat ook zij hier rekening mee kunnen houden. Verpleegkundigen van de spoedeisende hulp geven de uitslag mondeling door aan een verpleegkundige van de ziekenhuisafdeling waar de patiënt wordt opgenomen.  Daarnaast wordt door middel van een automatische order de Consultatieve Dienst Ouderengeneeskunde ingeschakkeld, zodat de patiënt tijdens de ziekenhuisopname verder geriatrisch in kaart gebracht en behandeld wordt.